Re-integratie en de motivatiebehoeften

Re-integratie.

Werkgevers en werknemers zijn verplicht om naar vermogen mee te werken aan een terugkeer in het arbeidsproces (re-integratie). Allereerst moet de werkgever kijken of er mogelijkheden zijn om de functie van de werknemer of de werkplek zo aan te passen, dat de werknemer weer in zijn eigen functie kan functioneren. Als dat niet kan, moet gekeken worden naar aangepaste werkzaamheden binnen het bedrijf.

Door onbekendheid met de motivatiebehoeften kan er te snel gekeken worden naar aanpassingen van de functie of de werkplek om de re-integratie voor zowel voor de medewerker als de organisatie soepel te laten verlopen. Bekendheid met de motivatiebehoeften geeft de mogelijkheid om ook daarmee te toetsen. Zowel bij de medewerker als bij de werksituatie waar deze in terugkeert, of opnieuw wordt geplaatst.

De medewerker wordt hierdoor ook op dit gebied gericht bij de re-integratie betrokken. Er is aandacht voor de behoeften van de medewerker en daarmee het gevoel van persoonlijke aandacht en veiligheid.

Re-integratie is voor veel mensen een onveilige situatie. De begeleiding heeft de mogelijkheid om bij de medewerker rekening te houden met de persoonlijke motivatiebehoeften. De kern hierbij is dat voorkomen wordt dat de werknemer onbewust dezelfde verschillen in motivatiebehoeften tegenkomt als in de eerdere werksituatie.

Iemand komt terug in dezelfde werksituatie met dezelfde leidinggevende en dezelfde collega’s. Dat hoeft op zich geen bezwaar te zijn, maar het is wel een aandachtspunt.  Welke motivatiebehoeften zijn duidelijk aanwezig bij de functie, de leidinggevende en de collega’s? De invalshoek hierbij is: wat biedt de werknemer aan motivatiebehoeften en wat zijn de overeenkomsten. Wat zijn de verschillen. Ook hierbij is screening van de motivatiebehoeften zinvol.

Getagd met ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*