Wat wil jij later worden, als je groot bent?

Heb jij misschien jouw droombaan gevonden? Af en toe kom je van die mensen tegen die als kind al wisten wat ze later wilden worden en dat dan ook gingen doen. De verpleegster, de brandweerman, de dokter en dan met de logica van ‘ik wist het als kind al en ik ben het ook geworden. Het is jaloers makend. 

Een groot deel van de mensen heeft een ander verhaal. ‘Het leek me wel leuk, je moet toch wat, het betaalde goed, het is gewoon toeval dat ik dit doe’, zijn hier voorbeelden van.

Een reden waarom iemand de droombaan niet vindt

Er zijn 1211 beroepen van waaruit 30.000 functiebenamingen bekend zijn. (Bron CBS).

Bijvoorbeeld het beroep monteur heeft als afgeleide functies: televisiemonteur, automonteur, enz.

De huidige invalshoek is de vraag ‘wat wil je worden’. Het effect is dat iemand rondkijkt, zich oriënteert en dan een keuze moet maken uit 30.000 mogelijkheden. Een onmogelijke opgave, wat wordt bevestigd door het grote aantal mensen, dat vindt dat hun functie eigenlijk niet bij hun past.

Natuurlijk kun je het aantal functies wat niet bij je past, terugbrengen. Met vragen zoals ‘wil je binnen of buiten werken, met je handen of met je hoofd’. De vraag blijft of je op die manier die leuke baan gaat vinden.

Ik wil vrachtwagenchauffeur worden, zegt een kind, dan kan ik overal naartoe en heb ik de vrijheid Dit beroep is een voorbeeld waarbij je de hele dag alleen zit. Dit is een beroep dat enkel weggelegd is voor iemand die solist is en het prettig vindt om een groot deel van de dag alleen te zijn.

Later zit het kind in de vrachtwagen, maar het is geen solist. Het kind is een echte teamspeler, iemand die graag samen iets wil doen. En deze persoon zit daar dan alleen in die wagen. Elke dag weer. Is het kind ook nog mensgericht, een mensenmens, dan is er een dubbel gemis. Naast het gemis van samen, is er ook het gemis aan contact met anderen. Persoonlijk contact, want dat is waar iemand die meer mens- dan productgericht is, behoefte aan heeft.

Droombaan wordt droom-werksituatie

Met de beantwoording van de vraag ‘wat past bij jou’, kan je ook eerst naar jouw motivatiebehoeften kijken. Daarmee kantel je het verhaal, doordat in plaats van eerst naar ‘buiten’ te kijken, je eerst naar jezelf kijkt. Waar heb jij behoefte aan?

Kijk dan eens opnieuw, vanuit jouw persoonlijke behoeften. Niet alleen naar de functie, maar ook naar het bedrijf, de afdeling, de mensen. Dat is de werksituatie. Dan weet je wat je wel en niet kunt verwachten. Werk je ergens, kijk dan ook eens rond vanuit jouw persoonlijke behoeften.  Wat sluit wel aan en wat minder, of niet.

Geef een reactie