De moeter en de willer

Je kunt de mensen in drie groepen delen. Een deel van de mensen geeft zichzelf veel opdrachten, die moeten veel van zichzelf en zijn dan ook de moeters. Een ander deel van de mensen hebben een invalshoek die daar haaks op staat. Ik moet niets, is hun credo. En dan is er nog een deel van de mensen die beide zijn. Soms moeter en dan weer willer.

Ik reed net weer op de snelweg en daar zoefde een witte Volvo voorbij. De auto ging voor mij rijden. Voor het eerst van mijn leven zag ik de display van een politieauto oplichten met ‘volgen’ daarop.

Even later stonden we langs de kant van de weg en één van de politieagenten stapte uit, klopte op mijn raam en maakte een draaiende beweging met zijn hand.

Ik ben een willer, een duidelijke willer. Ik moet niets, wil altijd een eigen keuze, ben allergisch voor moeten en daar bovenop heb ik moeite met autoriteit. Maar, ik nam me voor nergens tegenin te gaan en mijn boete zonder enig protest te accepteren.

‘Doet u dat wel vaker?’ vroeg de agent. O nee hè, dacht ik, het is er zó een.

‘Wat bedoelt u?’ vroeg ik.

‘Nou, uw riem niet om, want dat moet wel’.

Een moeter, nu wist ik het zeker. Ik hoorde het toontje. Ik hoorde oorzaak en gevolg en wat moet dat moet. De denktrant van de moeter.

Wat moet ik nu antwoorden op zo’n vraag?

Ik mompelde iets wat ik zelf niet kon verstaan. De agent ook niet.

‘U moet uw riem omdoen op het moment dat u bent ingestapt. Het moet één vloeiende beweging zijn.

Elke keer als u instapt moet u gedachteloos, zonder dat u een meter heeft gereden uw riem omdoen. Daar krijgt u dus een boete voor. Negentig Euro. Mag ik uw rijbewijs en kentekenpapieren?’

Ik pakte de papieren en realiseerde me dat mijn rijbewijs sinds een week was verlopen. Maar geen punt dacht ik, elke boete zou ik zonder commentaar accepteren.

Even later kwam de agent terug. Uw rijbewijs is verlopen. ‘Weet u wel’ zei hij, en ik wist dat het zou komen. De les. ‘Als u nu in het buitenland was en u werd aangehouden, dan heeft u geen geldig identiteitspapier bij u en dan wordt u teruggestuurd’.

‘Ik heb toch ook nog mijn paspoort’, probeerde ik nog, ‘En we zijn toch niet in het buitenland?’ ‘Daar gaat het niet om’, reageerde de agent.

Dan wordt het moeilijk voor een willer. De keuze om vrij te reageren is er niet. Die had ik in dit geval mezelf opgelegd. Totaal werd het honderd en vijftig Euro.

De agent was correct, beleefd en niet onaardig. Het was de ontmoeting tussen de nadrukkelijke willer en de nadrukkelijke moeter.

Geef een reactie