De behoeften en het onderwijs

Onderwijs. Mensen worden gemotiveerd als een functie, schoolopleiding en de mensen waar zij contact mee hebben, aansluiten op hetgeen zij zich richten. In de praktijk komt het zelden voor dat alle elementen volledig aansluiten bij de persoon.

De aandachtspunten zijn de behoeften die haaks staan op die van de persoon, bijvoorbeeld resultaatgericht versus sfeergericht.

De kennis van de behoeften is een hulpmiddel bij:

  • Uitval van leerlingen door demotivatie.
  • Omgang van docenten met leerlingen.
  • Omgang van docenten met collega’s
  • Motivatie van leerlingen tijdens de opleiding.
  • Zelfkennis voor de leerlingen en de docenten.
  1. De leerling kiest voor een opleiding. De motivatie zal toenemen als deze opleiding voor een belangrijk deel aansluit bij waar de leerling zich op richt, dus op de behoeften van de leerling. Is de opleiding bijvoorbeeld meer productgericht, terwijl de leerling meer relatiegericht is, dan kan dit een demotiverend effect hebben. Dat is dan het aandachtspunt.
  1. De leerkracht krijgt inzicht in waar de leerling door gemotiveerd- of gedemotiveerd wordt. Is de leerling bijvoorbeeld meer productgericht, dan zal dit ook tot uiting komen in de manier waarop de leerling later zijn of haar beroep zal uitoefenen. Dit is een aandachtspunt.
  1. De leerkracht kan op elk moment, wanneer daar aanleiding voor is, zien wat de leerling motiveert en demotiveert. Daarnaast heeft de leerkracht kennis ter beschikking waar in het kort de kenmerken staan vermeld en hoe hiermee om te gaan.
  1. De leerkracht krijgt inzicht in de eigen behoeften en met die invalshoek kan hij naar een leerling kijken en de omgang indien nodig enigszins bij te stellen. Het wordt mogelijk om gericht rekening te houden met de mens achter de leerling.
  1. De leerkracht heeft de mogelijkheid om de manier van lesgeven enigszins aan te passen. Is de leraar zelf namelijk een nadrukkelijke moeter, dan zal hij een deel van leerlingen, de willers, minder bereiken en eerder op verzet stuiten. Met dit besef is er de mogelijkheid om zowel de leerlingen die meer moeter zijn en de leerlingen die meer willer zijn aan te spreken. Dit heeft een motiverend effect. Bij de willers kan de nadruk meer liggen op het vragen van commitment.
  1. De leerlingen die resultaatgericht zijn willen resultaten kunnen halen. Wanneer dit niet lukt, heeft dit bij de leerlingen met deze behoefte een demotiverend effect. De leerlingen die meer sfeergericht zijn, worden gestimuleerd door waardering voor hen als persoon en de sfeer in de klas. Aandacht hiervoor werkt motiverend. Daar doen ze het voor. Een deel van de leerlingen voor de erkenning voor het resultaat, een ander deel voor de erkenning die zij als persoon hiervoor krijgen. Een deel doet het voor beide.
  1. De leerkracht die de eigen behoeften kent, merkt daarmee ook de verschillen met collega’s op. De meer productgerichte leerkracht zet zich bijvoorbeeld meer in voor het overdragen van de lesstof en de vorm, terwijl de meer mensgerichte leerkracht zich meer op de relatie met de leerlingen richt. Hetzelfde gebeurt in de omgang met collega’s en kan onderling voor miscommunicatie zorgen. Men spreekt niet dezelfde ‘taal’.
Getagd met , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*